Brandverzekering

Onze globale brandpolis vergoedt niet enkel brand- en rookschade, maar komt ook tussen bij storm- en hagelschade, waterschade, glasbreuk, elektriciteitsschade …

Vraag bijkomend naar onze verlaagde premies in geval van een nieuwe of gerenoveerde woning alsook bij aanwezigheid van erkende alarm- en inbraaksystemen!

Wat is de brandverzekering?

De brandverzekering wordt ook wel de woningverzekering genoemd. Dat komt omdat ze veel meer omvat dan alleen een dekking tegen brand.

De woningverzekering vangt de gevolgen op van schade aan uw woning en de inhoud ervan. Hoewel de dekking brand centraal blijft staan in de woningverzekering is ook andere schade aan uw woning en de inhoud ervan gedekt. Bovendien dekt deze verzekering ook uw burgerlijke aansprakelijkheid wanneer uw woning en inboedel schade zouden berokkenen aan anderen. Denk bijvoorbeeld maar aan een losgekomen dakpan.

Er zijn drie soorten dekkingen in de woningverzekering:

  1. De basisdekkingen: dit is de dekking van de materiële schade die de woningverzekering biedt.
  2. De aanvullende dekkingen: dit is de extra vergoeding die de verzekeraar biedt wanneer er een schadegeval is. Als u bij hem een verzekering aangaat, geniet u automatisch van deze aanvullende dekkingen.
  3. De optionele of facultatieve dekkingen: deze dekkingen kunt u zelf extra afsluiten, bijvoorbeeld een dekking tegen diefstal.

Hoewel de basisdekkingen vergelijkbaar zijn, hebben de verzekeraars hun eigen producten ontwikkeld met eigen accenten. Besteed dus toch voldoende aandacht aan de algemene en bijzondere voorwaarden van uw verzekeringscontract om precies te weten wat de omvang van de dekkingen en de beperkingen ervan zijn.

Een wijd verspreid misverstand is dat een woningverzekering alleen belangrijk is voor een eigenaar van een woning. Niets is minder waar! Als u huurder bent, hebt u er alle belang bij om een woningverzekering te hebben.

Bron: Assuralia

Wat dekt de brandverzekering precies?

De brandverzekering, ook woningverzekering genoemd, beschermt u en uw woning tegen heel wat. Er zijn drie verschillende soorten dekkingen: de basisdekkingen, de aanvullende dekkingen geboden door uw verzekeraar wanneer u een schadegeval hebt en de optionele of facultatieve dekkingen die u bijkomend kan aangaan.

1. De basisdekkingen van de brandverzekering

Elke brandverzekering vergoedt de materiële schade die veroorzaakt wordt door brand, ontploffing, implosie, blikseminslag, aanslagen en arbeidsconflicten, aanbotsen door een dier, aanbotsen door een transportmiddel, vallen van een boom op het gebouw, storm, sneeuw- of ijsdruk op daken en hagel en natuurrampen.

De meeste brandverzekeringen breiden die basisdekkingen meestal nog uit tot schade die veroorzaakt wordt door:

  • inwerking van elektriciteit op elektrische installaties en toestellen (bijvoorbeeld schade aan elektrische toestellen door overspanning, of het verlies van de inhoud van de diepvriezer daardoor ( ontdooiing);
  •  rook of roet;
  •  waterschade door breuk van leidingen, overlopen van dakgoten, sanitaire installaties of elektrische huishoudapparaten, insijpelen van water door het dak;
  •  vorst (op voorwaarde dat de nodige voorzorgsmaatregelen genomen zijn), glasschade (bijvoorbeeld veranda, ramen);
  •  schade aan het gebouw (bijvoorbeeld deuren, ramen) na een inbraak of vandalisme (deze dekking geldt soms alleen als ook een optionele dekking diefstal afgesloten is)

2. De aanvullende dekkingen van de brandverzekering

De aanvullende dekkingen vergoeden niet rechtstreeks de kosten van de schade zelf, maar wel de andere kosten die verbonden zijn met een schadegeval, zoals:

  • de reddingskosten;
  •  de kosten die voortvloeien uit wat de verzekeraar u gevraagd heeft te doen om verdere schade te voorkomen. Bijvoorbeeld een zeil dat u over het dak heeft gespannen nadat het vernield werd om te vermijden dat er insijpeling van water zou zijn, wat nog meer schade zou veroorzaken;
  • de kosten die voortvloeien uit dringende en redelijke maatregelen die de verzekerde uit eigen beweging heeft genomen om bij nakend gevaar een schadegeval te voorkomen of om de gevolgen ervan te beperken. Bijvoorbeeld het gebruik van draagbare blusapparaten, de kosten van de bewaring van uw goederen tijdens de duur van herbouw van het gebouw (bijvoorbeeld het opslaan van meubelen in een meubelbewaarplaats), de kosten voor het slopen van beschadigde goederen – al dan niet nodig voor de herbouw – alsook voor het transport van het puin naar een stortplaats, de kosten van huisvesting wanneer de woning onbewoonbaar is (hoe uitgebreid dat is, hangt af van verzekeraar tot verzekeraar);
  • de kosten van expertise van de schade;
  • de onbruikbaarheid van onroerende goederen (ook genots- of huurderving genoemd) wanneer het verzekerde gebouw onbewoonbaar is tijdens de duur van heropbouw of herstelling;
  • het verhaal van derden: de burgerlijke extra-contractuele aansprakelijkheid indien een verzekerd schadegeval zich uitbreidt naar goederen van derden (brand die overslaat naar een andere woning).

3. De optionele of facultatieve dekkingen

De woningverzekeringen bieden bepaalde dekkingen naar keuze aan, zoals de dekking diefstal en vandalisme en de dekking indirecte verliezen, die voor diverse kosten door schade, opgelopen naar aanleiding van een schadegeval, tussenkomt.

Indirecte of onrechtstreekse verliezen zijn diverse verliezen, kosten en nadelen die u oploopt door een brand, een wateroverlast, een storm,… Denk maar aan postkosten, kosten voor een auto, tijdverlies, administratieve rompslomp, enzovoort.

Daarom voorzien sommige woningverzekeringen in een automatische verhoging van de schadevergoeding (bijvoorbeeld met 10%) om die kosten te dekken. Indien de dekking onrechtstreekse verliezen niet automatisch inbegrepen zit bij de woningverzekering, kan u ze vaak ook bijkomend onderschrijven als optionele dekking.

Bron: Assuralia

Wat dekt de brandverzekering doorgaans niet?

Er zijn een aantal soorten schade die de brandverzekering  – ook wel woningverzekering – doorgaans niet dekt.

Het kan gaan om schade die opzettelijk veroorzaakt werd door de verzekeringsnemer en/of de personen die bij hem inwonen. Het gaat dan echt om brandstichting. Wanneer een kind met lucifers speelt en daardoor brand veroorzaakt bijvoorbeeld, is dit geen brandstichting.

Schade die rechtstreeks verband houdt met oorlog of opeising of bezetting is ook meestal uitgesloten. Het kan enerzijds gaan om oorlog, gelijkaardige feiten of om een burgeroorlog. Anderzijds kan het gaan om een situatie waarin een politiemacht, krijgsmacht of strijdkrachten de woning opeisen of bezetten, met uitzondering van de gevallen die onder dekking arbeidsconflicten en aanslagen vallen.

Bron: Assuralia

Wat houdt de dekking diefstal in?

De dekking diefstal is een optionele dekking. Dat wil zeggen dat een brandverzekering ze niet standaard bevat. U moet deze dekking onderschrijven bovenop de “gewone” brandverzekering.

1. Wat dekt de diefstalverzekering?

Als u de dekking diefstal onderschrijft bij uw brandverzekering, beschermt u zich tegen diefstal en vandalisme. Met jaarlijks 80.000 diefstallen in Belgische woningen is deze optionele dekking zeker de moeite waard om te overwegen.

De diefstalverzekering dekt bij: inbraak, inklimming, gebruik van valse sleutels, gebruik van gestolen of verloren sleutels, heimelijke binnendringing,  binnendringing met medeplichtigheid van iemand die binnen mag voor zover de feiten gerechtelijk vastgesteld zijn (de verzekeraars sluiten doorgaans diefstal uit wanneer die gepleegd wordt met de medeplichtigheid van familieleden (bloedverwanten, echtgenoten) van (één van de) verzekerden), diefstal gepleegd met geweld of waarbij de verzekerde persoon bedreigd werd.

De diefstalverzekering vergoedt u financieel voor de schade die u lijdt doordat uw spullen, woning, meubels,… verdwenen, vernield of beschadigd zijn als gevolg van vandalisme, diefstal of een poging daartoe. U krijgt de werkelijke waarde vergoed, dat is de nieuwwaarde min de slijtage.

2. Wie is tegen diefstal verzekerd?

De goederen moeten zich bevinden in de woning waarvoor u de diefstaldekking hebt afgesloten. Als aan die voorwaarde voldaan is, zijn volgende mensen tegen diefstal verzekerd: de verzekeringsnemer, dat is de persoon die de verzekering aangegaan is, de echtgenoot van de verzekeringsnemer, alle personen die in de woning wonen die verzekerd is, het huispersoneel, de werknemers of vennoten van de verzekeringsnemer in de uitoefening van hun functie (bijvoorbeeld wanneer de verzekering afgesloten werd op naam van een vzw, dan is de beheerder van die vzw verzekerd).

3. Wat dekt de diefstalverzekering niet (altijd)?

Niet alle diefstalverzekeringen dekken bijvoorbeeld de diefstal van huisdieren of delen van uw woning die demonteerbaar zijn (bijvoorbeeld glas-in-loodramen of trappen).

Geen enkele diefstalverzekering dekt de gewone verdwijning van voorwerpen, de diefstal van motorrijtuigen of aanhangwagens uit een garage en de diefstal van voorwerpen buiten uw woning (tenzij soms tuinmeubelen).

4. Aan welke algemene voorwaarden moet voldaan zijn om aanspraak te maken op de diefstaldekking?

Er zijn een aantal voorwaarden verbonden als u aanspraak wil maken op uw diefstaldekking.  Zo moet de woning die u verzekert, regelmatig bewoond zijn. In de meeste gevallen laat de verzekeraar toe dat de woning 90 nachten per jaar niet bewoond is.  Indien de woning onregelmatig bewoond is en u een diefstaldekking wenst te onderschrijven dan kunnen bijzondere voorwaarden van toepassing zijn.

Daarnaast moet u enkele preventiemaatregelen in acht nemen. Zo moet er minstens een cilinderslot staan op de buitendeuren. Als er niemand thuis is, moeten alle toegangsdeuren op slot zijn en alle vensters gesloten (en indien mogelijk op slot) zijn. Indien het verzekerde bedrag erg hoog ligt, bijvoorbeeld omdat u zeer waardevolle spullen in huis heeft, zal de verzekeraar de woning inspecteren en eventueel aanvullende preventiemaatregelen opleggen, zoals bijvoorbeeld een alarmsysteem.

Bovendien kan u vaak genieten van een korting op uw premie als u een inbraakdetectiesysteem heeft dat beschikt over een INCERT-certificaat. (www.incert.be).

5. Hoeveel krijgt u vergoed in geval van diefstal?

In de bijzondere voorwaarden van het diefstalverzekeringscontract staan een aantal maximumbedragen opgesomd voor de schadevergoeding. Meestal worden die bepaald voor elk voorwerp, ongeacht van welke aard, en wordt er een maximumbedrag vastgesteld voor alle juwelen en geldwaarden (cash, cheques,…),…

Ook voor wat er zich in kelders, zolders en garages bevindt, geldt meestal een maximumbedrag voor de schadevergoeding. Ook voor het geheel van de goederen die tijdelijk elders dan in de woning opgeslagen zijn geldt een maximumbedrag. Soms zijn tuinmeubelen ook gedekt, maar ook daarbij kan een maximumbedrag gelden, net als voor de inhoud in eventuele bijgebouwen.

Bron: Assuralia

Waarom is een brandverzekering ook noodzakelijk voor een huurder?

Wie zelf eigenaar is van een woning, verzekert die maar best met een brandverzekering. Maar ook voor een huurder is een brandverzekering onontbeerlijk omdat hij enerzijds zijn eigen inboedel in rook kan zien opgaan bij een schadegeval en hij anderzijds aansprakelijk is voor de schade die hij aan anderen (derden) toebrengt, waaronder aan zijn huisbaas (huurdersaansprakelijkheid).

Het is ook mogelijk dat de eigenaar een brandverzekering heeft met afstand van verhaal tegen de huurder. Maar ook dan hebt u als huurder redenen genoeg om een brandverzekering te hebben.

1. Als huurder uw eigen goederen beschermen

Als huurder wilt u vast en zeker ook uw eigen meubels en andere persoonlijke goederen beschermen tegen brand, waterschade, natuurrampen,… En bovendien wilt u misschien ook een diefstalverzekering bij de brandverzekering afsluiten.  Met een brandverzekering (of brand- en diefstalverzekering) beschermt u uw inboedel tegen beschadiging en/of verlies.

2. Uw huurdersaansprakelijkheid dekken

Als huurder bent u aansprakelijk voor de schade die veroorzaakt wordt aan de woning die of waarin u huurt. U hebt namelijk de verplichting tegenover de eigenaar om de woonst in de staat zoals u ze ontvangen hebt terug te bezorgen bij het einde van de huurovereenkomst. Als huurder wordt u automatisch aansprakelijk gesteld, tenzij u het tegendeel kan bewijzen.

Daarom verplichten de meeste huurcontracten de huurder om een brandverzekering aan te gaan. Zo kan de eigenaar er gerust op zijn dat als er schade is, die gedekt is door de verzekering van zijn huurder. Maar zelfs als dit niet verplicht is, doet u er goed aan om er toch één te nemen.

Als u als huurder niet kan bewijzen dat de aansprakelijkheid bij de eigenaar ligt, en de verzekering van de eigenaar de kosten na een schadegeval vergoed heeft, kan die verzekeraar zich daarna  tot u wenden om de schadevergoedingen terug te eisen. Het is dan uw brandverzekeraar die dit verhaal betaalt.

3. Aansprakelijkheid tegenover derden dekken

Elke burger is aansprakelijk voor de schade die hij aanricht aan anderen. De rechtspraak gebruikt de term “derden”. Om als huurder uw aansprakelijkheid tegenover derden – bijvoorbeeld de buren – te verzekeren, heeft u nood aan een brandverzekering.

Als er bij u een brand uitbreekt, bent u als huurder automatisch aansprakelijk, tenzij u het tegendeel kan bewijzen. Als die brand zich verspreid en overgaat tot andere woningen (andere appartementen in hetzelfde gebouw of andere gebouwen bijvoorbeeld), bent u als huurder aansprakelijk voor de schade. De buur of zijn verzekeraar zal zich dan tot bij u wenden om de schadevergoeding te recupereren. En dan komt een brandverzekering van pas.

4. Afstand van verhaal tegen de huurder

Wanneer een eigenaar van een woning deze verhuurt, kan hij een brandverzekering aangaan met een “afstand van verhaal” tegen de huurder.

Dat wil zeggen dat de brandverzekeraar van de eigenaar zich niet meer tegen de huurder kan keren wanneer ingeval van schade dat door zijn brandverzekering gedekt is.

Toch loopt de huurder dan nog altijd een paar belangrijke risico’s omdat de brandverzekering met afstand verhaal de verzekering van de huurder niet volledig vervangt:

  • De huurder is niet betrokken in de overeenkomst tussen de eigenaar en diens eigen brandverzekeraar. Als huurder weet u dus niet of uw huisbaas naar behoren verzekerd is. Als de eigenaar onderverzekerd is, kan hij zich tot u wenden voor de schade die hij niet vergoed gekregen heeft door zijn brandverzekeraar. Zorg er dus voor dat ook in de huurovereenkomst afgesproken wordt dat de eigenaar afstand doet van verhaal tegenover u als huurder.
  • U hebt persoonlijke goederen (meubels, spullen,…) en daar houdt de verzekering tussen uw huisbaas en zijn verzekeraar helemaal geen rekening mee. Wilt u deze beschermen tegen brand, waterschade, natuurrampen,…? Dan moet u zelf een brandverzekering aangaan voor uw goederen, al dan niet met een dekking tegen diefstal.
  • U bent aansprakelijk voor de schade die u aanricht aan derden. Uw buren bijvoorbeeld: als een brand veroorzaakt door uw persoonlijke goederen overslaat naar de woning van uw buur. U bent  dan aansprakelijk waardoor de buur of zijn verzekeraar zich tot u kan keren om de geleden schade te recupereren. Ook in een dergelijke situatie kan uw eigen goederenbrandverzekering u uit de nood helpen.

Bron: Assuralia

Wat is de natuurrampenverzekering?

Sinds 2006 dekt elke brandverzekering ook de schade door natuurrampen. Het gaat om overstromingen, aardbevingen, het overlopen of opstuwen van openbare riolen, aardverschuivingen en grondverzakkingen.

Vroeger kon men alleen rekenen op het Rampenfonds voor een gedeeltelijke schadevergoeding maar de procedure was lang omdat de oorzaak eerst als ramp erkend moest worden. Dankzij de verzekering hebben de slachtoffers van een natuurramp nu zekerheid. Ze kunnen rekenen op een snelle en volledige vergoeding, weliswaar na aftrek van een vrijstelling zoals in hun brandverzekeringscontract bepaald is.

Als een verzekeraar geen dekking wil verlenen onder zijn voorwaarden of een premie of vrijstelling voorstelt die hoger ligt dan de maxima die werden vastgelegd door het Tariferingsbureau, is hij eraan gehouden de kandidaat-verzekerde een natuurrampendekking te verlenen aan de voorwaarden van het Tariferingsbureau en te melden dat hij  zich kan wenden tot een andere verzekeraar.

1. Wat is niet altijd gedekt door de natuurrampenverzekering?

Er zijn een aantal uitsluitingen mogelijk. Voorwerpen die zich buiten de gebouwen bevinden en niet blijvend bevestigd zijn, zoals tuinhuisjes en tuinmeubilair, zijn niet altijd gedekt in de natuurrampendekking.

Hetzelfde geldt voor constructies die gemakkelijk verplaatsbaar, bouwvallig of in afbraak zijn en hun eventuele inhoud, tenzij die als hoofdverblijf van de verzekerde dienen. Ook gebouwen of gedeelten van gebouwen in opbouw of verbouwing kunnen worden uitgesloten van de natuurrampendekking.

Bovendien mag de verzekeraar weigeren te vergoeden voor schade als gevolg van overstroming en overlopen of opstuwing van de riolen voor wat betreft de inhoud van de kelders die op minder dan tien centimeter van de grond opgesteld is. Dat geldt natuurlijk niet voor verwarmings- elektriciteits- en waterleidingen die er blijvend bevestigd zijn.

Ook mag de verzekeraar dekking weigeren voor gebouwen of gedeelten van gebouwen en hun inhoud die werden gebouwd na meer dan anderhalf jaar nadat de zone waarin het gebouw werd geklasseerd als risicozone. Deze uitzondering is echter niet van toepassing op de goederen of delen van goederen die werden heropgebouwd of wedersamengesteld na een schadegeval en die overeenstemmen met de waarde van de wederopbouw of de wedersamenstelling van de goederen voor het schadegeval.

Bron: Assuralia

Uw woningverzekering evolueert met de tijd

1. Bij de sluiting

Wanneer u een  woningverzekering aangaat, zal de verzekeraar u meestal vragen een evaluatierooster in te vullen zodat ze de te verzekeren waarde kunnen bepalen. Die roosters houden rekening met het aantal vertrekken, eventueel de oppervlakte ervan, de afwerking, het aantal gevels, het bouwjaar, enz …

Wanneer het evaluatierooster correct ingevuld is, bestaat er geen risico op onderverzekering. De verzekeraar zal dan ook de volledige schade vergoeden, behalve de eventuele franchise, die vermeld staat in het verzekeringscontract. Deze blijft ten laste van de verzekerde.

Dit systeem met evaluatieroosters wordt ook gebruikt om de waarde vast te stellen van de te verzekeren inhoud (meubels, kledij, huishoudtoestellen,…).

Bij erg specifieke risico’s is het rooster niet meer toepasbaar en zal de verzekeraar een expert inschakelen om het te verzekeren bedrag vast te stellen. De verzekeraar betaalt de kosten voor die expert. Denk maar aan een binnenzwembad, een kasteel, gastenkamers,…

2. Mettertijd

Mocht u vandaag uw huis opnieuw bouwen, dan zou het zeker meer kosten dan toen u het kocht of bouwde.  Om met die ontwikkeling rekening te houden, volgt het verzekerde kapitaal de ontwikkeling van de “ABEX”-index.

Die wordt ieder kwartaal gepubliceerd door de Associatie van Belgische Experten (www.abex.be). De ABEX analyseert de kostprijs voor de bouw van gebouwen en privéwoningen (prijs van werkuren, prijs van materialen,…). Door toepassing van de ABEX-index evolueert het verzekerde kapitaal mettertijd en evolueert ook de verzekeringspremie op de jaarlijkse vervaldag naargelang de ontwikkeling van de kostprijs voor de bouw van gebouwen.

Wanneer een gebouw volledig moet heropgebouwd worden, zal de verzekeraar zijn klant vergoeden opdat die het gebouw in dezelfde staat kan opbouwen.

3. Opgelet!

Deze automatische aanpassing van het verzekerde kapitaal houdt geen rekening met werkzaamheden die u zou uitvoeren in uw woning. Denk maar aan het bijbouwen van een veranda, de inrichting van bijkomende kamers op zolder,…

Die werkzaamheden beïnvloeden rechtstreeks de waarde van uw woning en het verzekerde kapitaal moet dan ook aangepast worden. Wie dat niet doet, dreigt onderverzekerd te zijn de dag dat hij het slachtoffer wordt van een schadegeval.

Weet dat een verzekeraar slechts rekening houdt met onderverzekering als die meer dan 10 % van het verzekerde kapitaal bedraagt.

4. Vermijd de evenredigheidsregel, deel iedere wijziging mee aan uw verzekeraar

Als de bepaling van de te verzekeren waarde niet gebeurd is aan de hand van een evaluatierooster of als belangrijke wijzigingen aangebracht werden aan het gebouw, maar niet meegedeeld werden aan de verzekeraar, dan kan de verzekeraar de evenredigheidsregel toepassen.

In dat geval krijgt u bij schade slechts een gedeeltelijke vergoeding. Die zal berekend worden op basis van de verhouding tussen het verzekerde bedrag en het bedrag dat had moeten verzekerd zijn en zal door een deskundige vastgesteld worden op het ogenblik van het schadegeval.

Voorbeeld: Uw woning is verzekerd voor een bedrag van 160.000 euro. U hebt uw woning uitgebreid, zodat uw woning 40.000 euro meer waard is. Die zou dan dus voor een bedrag van 200.000 euro moeten verzekerd zijn en niet voor 160.000 euro. Uw woning is met andere woorden slechts verzekerd voor 80 % van de waarde ervan. Als u een schadegeval ondergaat dat bijvoorbeeld op 50.000 euro geschat wordt, dan zal u evenredig vergoed worden, a rato van 80%, en dus een bedrag van 40.000 euro uitgekeerd krijgen.

Conclusie is dus dat bij de sluiting van een woningverzekering u best het door de verzekeraar afgeleverde evaluatierooster met precisie invult zodat hij correct de waarde van uw woning en/of de inhoud ervan kan inschatten. Wanneer u naderhand aanpassingen uitvoert aan uw woning, waardoor het originele rooster niet meer overeenkomt met de realiteit (bv.: bijkomend vertrek, waardevolle voorwerpen,…), dan brengt u uw verzekeraar daarvan op de hoogte. Zo vermijdt u ieder risico op onderverzekering en zorgt u voor een doeltreffende bescherming van uw woning bij een schadegeval.

Bron: Assuralia